In de ondernemerspraktijk komt het regelmatig voor dat de ondernemer op leeftijd met een BV zijn onderneming verkoopt, maar nog wel de aandelen van de BV houdt. Vaak omdat er dan nog een pensioenvoorziening in zit of een pand in de verhuur (voor de huuropbrengsten). Stel nu dat de ondernemer gehuwd is op huwelijkse voorwaarden, wat juist veel voorkomt bij ondernemers. Is er dan nu opeens een reden om weer te gaan kiezen voor een gemeenschap van goederen?
Ja, fiscaal gezien wel. Bij huwelijkse voorwaarden is het zo dat die BV toekomt aan de ene partner en op moment van overlijden de aandelen toekomen aan de langstlevende. Maar bij overlijden van de aandeelhouder moet er ook voor de inkomstenbelasting worden afgerekend (in dit geval dan 25%). Zou je nog een onderneming hebben in die BV dan kun je gebruik maken van een fiscale vrijstelling. Dan wordt die BV doorgeschoven naar de langstlevende. Maar dat gaan alleen op voorzover er een onderneming in die BV zit. Zit er geen onderneming in (zoals in dit voorbeeld, beleggingspand en pensioenpotje) dan moet de langstlevende alsnog 25% inkomstenbelasting betalen. In zo’n geval kan het dan raadzaam zijn om te bekijken of er toch geen huwelijksgemeenschap moet worden aangegaan. Bij gemeenschap van goederen hoeft de langstlevende alleen maar “af te rekenen” over de helft van die BV (de andere helft zit al in het vermogen van de langstlevende). Heeft u zo’n “beleggings-BV” en bent u gehuwd op huwelijkse voorwaarde? Dan zou ik toch adviseren om eens met uw belastingadviseur te gaan praten. En nogmaals…dit is alleen gezien vanuit fiscaal perspectief. Er kan vanuit juridisch of emotioneel perspectief juist reden zijn om geen gemeenschap van goederen te vormen.
U begint al aardig op leeftijd te raken en u wilt uw bedrijf overdragen aan uw kinderen. U heeft bijvoorbeeld een kapperszaak met een winkel in eigendom. Waar loopt u dan fiscaal tegenaan?
Als u uw bedrijf overdraagt betekent het dat u uw onderneming staakt. Dat heeft tot gevolg dat u inkomstenbelasting moet betalen over de meerwaarde (verkoopwaarde minus de waarde van het bedrijf zoals het op uw balans staat). U mag dan van de verkoopopbrengst meteen ongeveer 45% afdragen aan de fiscus. U kunt echter gebruik maken van een soort vrijstelling. De eis is dan wel dat uw kinderen al minimaal 3 jaar meewerken in de zaak (als werknemer of als mede-ondernemer). In dat geval kunt u uw onderneming geruisloos doorschuiven naar uw kinderen en hoeft u geen inkomstenbelasting te betalen.
Maar hoe zit het dan met het bedrijfspand? Moeten mijn kinderen dan wel daarover overdrachtsbelasting betalen?
Ook daarvoor geldt een vrijstellingsregeling. Indien u uw onderneming met bedrijfspand overdraagt aan uw kinderen en zij gaan het bedrijf voortzetten, dan hoeven zij geen overdrachtsbelasting te betalen. Let op: als in het bedrijfspand ook een woning zit, moet er over dat woninggedeelte wel overdrachtsbelasting worden betaald.
En als ik mijn bedrijf nu geheel of deels wil schenken aan mijn kinderen? Bijvoorbeeld omdat u uw kinderen niet meteen wil opzadelen met een hoge financieringsschuld. Bij schenken geldt aan kinderen een tarief van 10% en 20% voor de schenkbelasting. Dan kan gebruik worden gemaakt van een bedrijfsopvolgingsregeling die inhoudt dat als de kinderen dan het bedrijf minimaal vijf jaar lang voortzetten, zij geen schenkbelasting daarover hoeven te betalen. Zij krijgen dan bij aanvang wel een aanslag schenkbelasting (die ze dan nog niet hoeven te betalen) en na vijf jaar wordt die aanslag vernietigd.
Bent u startende ondernemer (eenmanszaak of VOF)? Dan is het altijd verstandig om vooral de eerste paar jaren de gewerkte uren bij te houden. Waarom? Als u minimaal 1.225 per jaar werkt in uw onderneming dan heeft u recht op de zelfstandigenaftrek van € 7.280 (cijfer 2012) en de eerste jaren ook nog aanvullend de startersaftrek € 2.123 (cijfer 2011). Zo’n aftrekpost van ruim € 9.000 is toch de moeite waard. Maar dan moet u wel aannemelijk maken dat u die 1.225 uur haalt.
Schrijf dus elke dag uw uren (of gebruik daarvoor de vele handige apps voor uw mobiele eenheid). Zorg er ook voor dat het geloofwaardige uren zijn in relatie tot uw omzet. U mag alle uren die direct toewijsbaar zijn aan uw onderneming, dus ook administratie, schoonmaken, acquisitie, cursussen volgen en reistijd, ondernemingsplan maken, beurzen bezoeken, reclame maken, overleg met uw boekhouder, etc. Dus: wie schrijft, die blijft.
Niet tot ondernemersuren wordt gerekend “de uren dat uw ‘s nachts wakker ligt van de gedachte dat u ondernemersrisico loopt”
Let op: die 1.225 is op jaarbasis. Dus ook als u in september van dit jaar bent begonnen dan komt u alleen in aanmerking voor de zelfstandigenaftrek als u in die 4 maanden nog die 1.225 uur haalt. Het wordt dus niet tijdsevenredig berekend.
De volgende casus; man werkt in loondienst bij een bakker en zijn echtgenote is directeur en enig aandeelhouder van haar BV (reclamebureau). Ze zijn gehuwd in gemeenschap van goederen. In de BV zit de onderneming van de vrouw en ook nog een grote beleggingsportefeuille. Vrouw komt te overlijden. De vraag is nu hoe zit dat met de belastingen?
Er zijn hier twee belastingsoorten van belang, de erfbelasting (belasting betalen over de verkrijging van een nalatenschap) en de inkomstenbelasting (het feitelijk overdragen van een aandelenpakket, waarvoor je inkomstenbelasting moet betalen).
De inkomstenbelasting
Van belang is hier dat ze getrouwd waren in gemeenschap van goederen. Dat betekent dat in ieder geval dat de helft van het vermogen al toebehoort aan de man. De andere helft valt aan hem toe volgens het wettelijke erfrecht (laten we aannemen dat ze geen kinderen hadden). Maar omdat door het overlijden van de vrouw ook haar aandelen overgaan, moet nog worden afgerekend voor de inkomstenbelasting. In dit geval is de belastingheffing 25% aan inkomstenbelasting (dit noemen wij een aanmerkelijk belangheffing, de vrouw had namelijk door haar aandelenbezit een “aanmerkelijk belang” in haar BV). Wat gebeurt er dan; alle aandelen gaan naar de man en hij mag meteen 25% inkomstenbelasting gaan betalen. Voorheen (voor 2011) kon je nog volledig gebruik maken van een vrijstelling. Nu is die vrijstelling er nog steeds, maar is alleen beperkt tot het daadwerkelijke ondernemingsvermogen in de BV. Dus over het beleggingsdeel in de BV moet nog steeds 25% inkomstenbelasting worden betaald.
De erfbelasting
Tussen echtgenoten bestaat een grote vrijstelling (ruim € 600.000). Mocht de nalatenschap hoger zijn dan die vrijstelling dan moet er wel erfbelasting (10% of 20%) worden betaald. Om te voorkomen dat de man dan nog erfbelasting moet betalen zou hij kunnen besluiten de onderneming voort te zetten. In dat geval kan hij gebruik maken van een bedrijfsopvolgingsregeling. Dan moet hij wel de onderneming minimaal vijf jaar lang voortzetten. Maar ook hier vallen de beleggingen buiten de boot en zal daarover wel erfbelasting moeten worden voldaan. Wel mag 5% van die beleggingen (die in de onderneming zitten) meeliften in de vrijstelling.
Hoe kun je de bijtelling privé gebruik auto voorkomen? Door een rittenadministratie bij te houden waaruit blijkt dat je minder dan 500 km per jaar privé rijdt in de auto van de zaak. Maar dan is het wel belangrijk om die rittenadministratie goed bij te houden. Voor degenen die denken, “het zal wel loslopen en ik vul een en ander wel achteraf in” moeten rekening houden met de wijze waarop de fiscus die rittenadministraties controleert. Uit een recente uitspraak blijkt dat een rittenadministratie al volledig van tafel kan worden geschoven als er zes registraties al niet kloppen. In die casus had de fiscus de rittenadministratie gelegd naast de gegevens van het CJIB (boetes te hard rijden) en de Nationale autopas (garagebeurten). Bij het CJIB wordt geregistreerd de datum en tijdstip van de overtreding en bij NAP de datum en kilometerstand van de auto. Dus bedenk, bij een boete wegens te hard rijden en als u de auto naar de garage brengt, kijkt de fiscus mee.
In mijn vorige blog gaf ik weer wat er mogelijk is om belastingheffing te beperken indien er een ontslagvergoeding wordt toegekend. Daarbij is dan wel van belang dat de werkgever wil meewerken door de vergoeding rechtstreeks te storten op de bankrekening van de verzekeraar, geblokkeerde rekening bij de bank (bankspaarproduct) of bankrekening van de stamrecht-BV. Maar wat nu als de werkgever niet wil meewerken? Immers een ontslagvergoeding zal over het algemeen niet van harte worden uitbetaald door de werkgever.
Gelukkig is er een speciale goedkeuring in geval de werkgever niet wil meewerken en de werkgever de vergoeding toch uitbetaalt op de eigen bankrekening van de werknemer. In dat geval moet je als (ex) werknemer voldoen aan de volgende voorwaarden:
- Je moet dan aantonen dat je aan de werkgever duidelijk hebt gemaakt dat je gebruik wenst te maken van de stamrechtvrijstelling voordat je het bedrag hebt ontvangen (stuur aan de werkgever een brief en bewaar een kopie);
- Je moet aantonen dat je binnen drie maanden (na ontvangst van de vergoeding) initiatieven hebt ondernomen om de afkoopsom alsnog aan te wenden voor de koopsom van zo’n stamrecht (aanvraag bij verzekeraar, bank of oprichtingsinstructie aan notaris voor stamrecht-BV).
Wellicht bekend dat u een ontslagvergoeding ook kunt aanwenden voor het aankopen van een stamrecht (stamrecht = recht op periodieke uitkeringen). Zeg maar een pensioenpotje. Waarom zou u dat doen? Een ontslagvergoeding is een vergoeding wegens gederfd loon en de vergoeding is dan ook gewoon belast voor de inkomstenbelasting. Als u dan opeens een relatief groot bedrag ineens krijgt kunt u terecht komen in het hogere belastingtarief. Om dan belasting te besparen is het handig om daarvan een stamrecht (lijfrente) te kopen. Die koopsom is dan de premie die u betaalt en die is aftrekbaar, zodat u per saldo geen inkomstenbelasting betaalt over uw ontslagvergoeding. Uiteindelijk betaalt u wel inkomstenbelasting, zodra het stamrecht gaat uitkeren (bij pensioengerechtigde leeftijd), maar dan wel tegen een veel lager belastingtarief.
U kunt op drie manieren een ontslagvergoeding aanwenden voor een stamrecht. Door een lijfrente te kopen bij een verzekeringsmaatschappij. Door een bankspaarprodukt te kopen bij een bank (tegenwoordig populair). Of door een stamrecht-BV op te richten (vooral handig voor degenen die een eigen bedrijf willen beginnen).
De laatste tijd loopt er een discussie “is een ZZP-er een echte ondernemer of niet?” Ik vind het een vrij zinloze discussie, een ieder die ondernemingsrisico loopt (dus aansprakelijk kan worden gesteld door klanten) is een ondernemer. En wie loopt ondernemingsrisico? Een ieder die tegen een vergoeding diensten verricht of goederen verkoopt. Dus ook al die ZZP-ers.
Het gaat mij overigens in dit stukje over de term “ZZP-er”, een Zelfstandige Zonder Personeel”. De term is ingevoerd om onderscheid te maken met…? Ik neem dan aan de ondernemers met personeel. Dus de bakker op de hoek, die al dertig jaar zijn bakkerszaak heeft met alleen zijn echtgenote en geen personeel is ook een ZZP-er. Waarom moet er een onderscheid worden gemaakt tussen ondernemers met personeel en zonder personeel? Wist u dat heel veel horecaondernemers geen eigen personeel meer hebben, maar die inhuren via een zogenaamde payrollonderneming? Die horecaondernemers hebben geen personeel in dienst…zij zijn dus ZZP-er? Fiscaal gezien maakt het echt niet uit of je nu wel of niet personeel hebt, zodra je in het economisch verkeer treedt met arbeid en kapitaal en winst beoogt, ben je ondernemer.
Dus…schaf zo snel mogelijk die rare term ZZP-er af. Zaken doe ik met ondernemers, of ze nu wel of niet personeel hebben.
Een begrip dat veel in fiscale kringen wordt gebruikt. Het komt er op neer dat je jezelf als ondernemer moet afvragen “gebruik ik dit nu zakelijk of voor privé?” Als het antwoord dan is “90% of meer zakelijk” dan moet u dat bestanddeel (bijvoorbeeld een computer) op uw balans zetten. Dat noemen we verplicht bedrijfsvermogen. Zou u die computer voor bijvoorbeeld 50% zakelijk en 50% privé gebruiken dan mag u kiezen. Dit noemen we dan “keuzevermogen” en dan mag u zelf bepalen of u het als zakelijk vermogen etiketteert of als privévermogen. Als u besluit om het zakelijk te etiketteren dan moet u wel elk jaar rekening houden met een correctie privégebruik. U mag immers niet uw privélasten aftrekken van uw zaak.
Door vermogensetikettering stickert u uw vermogen als zakelijk of als privé. U heeft daar een redelijke grote mate van vrijheid in. Alleen zaken die voor 90% of meer worden gebruikt voor de zaak of privé kunt u niet vrij stickeren (het is dan óf verplicht op de zaak óf verplicht privé).
En om het ingewikkeld te maken. Zowel voor de winst bestaat vermogensetikettering als voor de omzetbelasting. En die hoeven niet synchroon te lopen.
Voor het overzicht de tarieven van 2010:
Inkomstenbelasting




