Fiscale boete en spelregels

16 November, 2011  |  fiscale spelregels  |  No Comments

Dat fiscale boetes behoorlijk kunnen oplopen is redelijk bekend. Wat minder bekend is, wat nu de spelregels zijn voor zo’n boete. Mag de fiscus altijd en zomaar een boete opleggen?
Ik zal wat spelregels op een rijtje zetten die gelden voor vergrijpboetes (dat zijn de boetes die worden opgelegd indien er sprake is grove schuld of opzet).

  • Kennisgeving: Als de inspecteur een boete wil opleggen dan moet hij zijn voornemen aankondigen (via een kennisgeving). In die kennisgeving (en dat mag ook in een controlerapport) moeten de redenen staan waarom de inspecteur die boete wil opleggen.
  • Bezwaar tegen kennisgeving: u kunt tegen het voornemen van de inspecteur bezwaar maken.
  • Boetebesluit: als de inspecteur uw bezwaren afwijst, dan moet hij de boete opleggen via een beschikking.
  • Bezwaar: tegen die boetebeschikking kunt u formeel bezwaar maken. Formeel bezwaar betekent dat een andere belastinginspecteur, dan de inspecteur die de boete heeft opgelegd, uw bezwaar moet beoordelen. Daarbij heeft u recht om gehoord te worden en inzagerecht in uw belastingdossier.
  • Wanneer boete opleggen: de inspecteur moet de boete opleggen uiterlijk bij het opleggen van de belastingaanslag (waarover die boete wordt berekend).
  • Boete na de belastingaanslag: er is een uitzondering op het opleggen van de boete uiterlijk gelijktijdig bij de aanslag. Indien de inspecteur nog niet zeker is van de feiten/omstandigheden en de belastingaanslag zelf dreigt te verjaren (5 jaar bij omzetbelasting/loonheffing, 3 jaar bij inkomstenbelasting/vennootschapsbelasting), dan mag de boete ook uiterlijk zes maanden na de belastingaanslag worden opgelegd (alleen zijn hier wel strikte voorwaarden aan verbonden).
  • Motivering boete: op de inspecteur rust de bewijslast dat er sprake is van grove schuld dan wel opzet aan uw kant. De inspecteur moet dus feiten en omstandigheden stellen waaruit blijkt dat u verwijtbaar hebt gehandeld.
  • Redelijke termijn behandeling van uw zaak: als er een boete is opgelegd, mag u niet te lang in onzekerheid blijven. Als u bezwaar en beroep aantekent tegen de boete dan moet uw zaak binnen een redelijke termijn worden behandeld. Zo niet, dan kan dat leiden tot vermindering van de boete. Wat een redelijke termijn is, zal van geval tot geval verschillen (hou als stelregel maar twee jaar aan).
  • EVRM: een fiscale boete wordt gezien als het instellen van een strafvervolging in de zin van het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens. Er gelden dus bijzondere beschermingsregels voor u. Zo heeft u zwijgrecht voor zover dit ziet op de feiten en omstandigheden die te maken hebben met de boete (voor de fiscale aanslag zelf heeft u namelijk een inlichtingenplicht). Ook mag u niet twee keer bestraft worden voor hetzelfde vergrijp. Dus niet een boete én een strafrechtelijke straf zoals een gevangenisstraf.

 

 

Share

Ik wil helemaal geen VOF

11 November, 2011  |  civielrecht  |  No Comments

Twee ondernemers willen gaan samenwerken. Dan wordt al heel snel gedacht aan het oprichten van een vennootschap onder firma. Dat is op zich niet verkeerd als je ook gezamenlijk iets wilt inbrengen,gezamenlijk vermogen wilt hebben en onder een gezamenlijke naam naar buiten wilt treden.

Maar wat nu als beide ondernemers wel willen samenwerken, maar nog wel ieder de eigen zelfstandigheid willen behouden. Dan kun je het beste kijken naar een samenwerkingsverband die je vastlegt in een samenwerkingsovereenkomst.  Vooral het vastleggen in een samenwerkingsovereenkomst is cruciaal. Waarom is dat cruciaal? Als iets lijkt op een VOF (twee of meer personen die samenwerken onder een gezamenlijke naam) dan mogen de schuldeisers zich ook verhalen op het vermogen van een ieder die in die “schijnbare” VOF zit. Bij een VOF zijn namelijk alle deelnemers hoofdelijk aansprakelijk. Dat wil zeggen voor de schuld van het “samenwerkingsverband” kan iedere schuldeiser zich voor 100% richten op iedere “vennoot”.

Overigens is er altijd een gouden regel in het recht en die luidt “niets is wat het lijkt”. Wat wil ik daarmee aangeven? Als je een samenwerkingsovereenkomst opmaakt met alle toeters en bellen en toch naar buiten gaat treden alsof je een VOF bent, dan ben je  ook een VOF. Handel dus ook naar datgene dat in jouw overeenkomst staat. Als je gaat afwijken van jouw overeenkomst dan loop je een risico. Het recht kijkt heel sterk naar de feitelijkheid en veel minder naar het naampje op een overeenkomst.

Share

eindelijk…opzegging abonnementen

10 November, 2011  |  civielrecht  |  No Comments

Aan een van de grootste ergenissen voor consumenten komt vanaf 1 december 2011 een eind, namelijk het stilzwijgend verlengen van abonnementen. Op 1 december 2011 treedt de Wet van Dam in. Gevolge daarvan is dan dat:

Overeenkomsten tot het geregeld afleveren van zaken (waaronder ook uw electricteitsabonnement) of geregeld doen van verrichtingen,  kunt u altijd opzeggen (op elke dag) met een opzegtermijn van een maand. Een stilzwijgende verlenging voor bepaalde duur (bijvoorbeeld een jaar) is dan niet meer toegestaan.

Overeenkomsten tot geregeld afleveren van dag-, nieuws- en weekbladen en tijdschriften kunt u altijd opzeggen (op elke dag) met een opzegtermijn van maximaal drie maanden. Hier mag wel een stilzwijgende verlenging maar dan met maximaal drie maanden, mits het tijdschrift of blad minder dan eenmaal per maand uitkomt. Heeft u bijvoorbeeld een weekblad, dan is de opzegtermijn ten alle tijden een maand.

Let op: deze bepalingen gelden alleen naar particulieren toe, tussen ondernemers onderling mag nog wel dat vervelende knijp-en-piep-systeem worden toegepast (te laat opzeggen en je zit er weer een jaar aan vast).  En de regeling geldt alleen voor verlenging. Zo mag een ondernemer wel een contract sluiten met een particulier voor bijvoorbeeld twee jaar en dan zit je er wel aan vast. Pas bij stilzwijgende verlenging geldt de nieuwe bepaling. Zo mag wel een kranteuitgeverij met jou een twee-jarig abonnement afspreken en bij einde daarvan dan opnieuw een twee-jarige jarig contract aanbieden….maar dan praten we niet meer over stilzwijgende verlenging, maar over een bewuste keuze van de consument op opnieuw een overeenkomst aan te gaan.

Ook nieuw is dat je mag opzeggen op de manier waarop je ook een dienst hebt afgenomen. Heb je telefonisch een abonnement gekregen, dan kun je het ook telefonisch opzeggen.

Share

Oproepkrachten…het lijkt zo simpel

9 November, 2011  |  arbeidsrecht  |  No Comments

Werkgevers verkijken zich nog wel eens op het instituut “oproepkrachten”. In het kort en globaal een aantal ins-en-outs van een oproepcontract:

  • de werkgever is niet verplicht om de oproepkracht op te roepen, als er geen werk is;
  • zonder arbeid, ook geen loon;
  • oproepkracht moet verschijnen indien opgeroepen (regulier oproepcontract);
  • oproepkracht is niet verplicht te verschijnen (dan is het geen regulier oproepcontract en ontstaat bij elke oproeping een nieuw contract);
  • oproepkracht ingeroosterd en oproepkracht wordt ziek, ook dan loondoorbetalingsverplichting;
  • een regulier oproepcontract is verder een gewone arbeidsovereenkomst, dus  kan zijn voor bepaalde of onbepaalde tijd.

Waar zit de valkuil bij een regulier oproepcontract?
Het gaat dan voornamelijk over de vraag wanneer een oproepovereenkomst niet meer zo vrijblijvend is, maar verworden is tot een reguliere deeltijdovereenkomst. Een oproepovereenkomst dient juist om werknemers achter de hand te hebben ingeval van pieken in het bedrijf. Dan wordt zo’n oproepkracht incidenteel opgeroepen.  Maar wat nu indien een oproepkracht structureel wordt ingezet, mag de oproepkracht daar dan bepaalde rechten aan ontlenen? Ja, dat mag. De wet helpt de oproepkracht zelfs een handje. In de wet (Burgerlijk Wetboek) staat een bepaling die zegt dat als een werknemer gedurende:

3 opeenvolgende maanden, tegen beloning, wekelijks (danwel tenminste 20 uur in een maand), arbeid verricht,

De oproepkracht ervan uit mag gaan dat de arbeid gelijk is aan de gemiddelde duur van de 3 voorafgaande maanden.

Dit staat in de wet als een “weerlegbaar rechtsvermoeden”. Dat betekent dat als de oproepkracht inderdaad in 3 voorgaande maanden structureel heeft gewerkt (eigenlijk dus in strijd met het wezen van een oproepovereenkomst) dat dan de oproepkracht in loonvorderingen alleen maar een beroep hoeft te doen op deze bepaling. De werkgever die meent dat dit niet klopt moet dan het tegendeel bewijzen, bijvoorbeeld omdat er sprake is van seizoensarbeid, waardoor juist gekeken moet worden naar bijvoorbeeld het gemiddelde over een heel jaar.

Arbeidsrecht blijft een doolhof met ingewikkelde regels.

 

Share

Gehuwde aandeelhouder met BV zonder onderneming

4 November, 2011  |  inkomstenbelasting  |  No Comments

In de ondernemerspraktijk komt het regelmatig voor dat de ondernemer op leeftijd met een BV zijn onderneming verkoopt, maar nog wel de aandelen van de BV houdt. Vaak omdat er dan nog een pensioenvoorziening in zit of een pand in de verhuur (voor de huuropbrengsten). Stel nu dat de ondernemer gehuwd is op huwelijkse voorwaarden, wat juist veel voorkomt bij ondernemers. Is er dan nu opeens een reden om weer te gaan kiezen voor een gemeenschap van goederen?

Ja, fiscaal gezien wel. Bij huwelijkse voorwaarden is het zo dat die BV toekomt aan de ene partner en op moment van overlijden de aandelen toekomen aan de langstlevende. Maar bij overlijden van de aandeelhouder moet er ook voor de inkomstenbelasting worden afgerekend (in dit geval dan 25%). Zou je nog een onderneming hebben in die BV dan kun je gebruik maken van een fiscale vrijstelling. Dan wordt die BV doorgeschoven naar de langstlevende. Maar dat gaan alleen op voorzover er een onderneming in die BV zit. Zit er geen onderneming in (zoals in dit voorbeeld, beleggingspand en pensioenpotje) dan moet de langstlevende alsnog 25% inkomstenbelasting betalen. In zo’n geval kan het dan raadzaam zijn om te bekijken of er toch geen huwelijksgemeenschap moet worden aangegaan. Bij gemeenschap van goederen hoeft de langstlevende alleen maar “af te rekenen” over de helft van die BV (de andere helft zit al in het vermogen van de langstlevende).  Heeft u zo’n “beleggings-BV” en bent u gehuwd op huwelijkse voorwaarde? Dan zou ik toch adviseren om eens met uw belastingadviseur te gaan praten. En nogmaals…dit is alleen gezien vanuit fiscaal perspectief. Er kan vanuit juridisch of emotioneel perspectief  juist reden zijn om geen gemeenschap van goederen te vormen.

Share

Bedrijf overdragen aan kinderen

U begint al aardig op leeftijd te raken en u wilt uw bedrijf overdragen aan uw kinderen. U heeft bijvoorbeeld een kapperszaak met een winkel in eigendom. Waar loopt u dan fiscaal tegenaan?

Als u uw bedrijf overdraagt betekent het dat u uw onderneming staakt. Dat heeft tot gevolg dat u inkomstenbelasting moet betalen over de meerwaarde (verkoopwaarde minus de waarde van het bedrijf zoals het op uw balans staat).  U mag dan van de verkoopopbrengst meteen ongeveer 45% afdragen aan de fiscus.  U kunt echter gebruik maken van een soort vrijstelling. De eis is dan wel dat uw kinderen al minimaal 3 jaar meewerken in de zaak (als werknemer of als mede-ondernemer). In dat geval kunt u uw onderneming geruisloos doorschuiven naar uw kinderen en hoeft u geen inkomstenbelasting te betalen.

Maar hoe zit het dan met het bedrijfspand? Moeten mijn kinderen dan wel daarover overdrachtsbelasting betalen?
Ook daarvoor geldt een vrijstellingsregeling. Indien u uw onderneming met bedrijfspand overdraagt aan uw kinderen en zij gaan het bedrijf voortzetten, dan hoeven zij geen overdrachtsbelasting te betalen. Let op: als in het bedrijfspand ook een woning zit, moet er over dat woninggedeelte wel overdrachtsbelasting worden betaald.

En als ik mijn bedrijf nu geheel of deels wil schenken aan mijn kinderen? Bijvoorbeeld omdat u uw kinderen niet meteen wil opzadelen met een hoge financieringsschuld. Bij schenken geldt aan kinderen een tarief van 10% en 20% voor de schenkbelasting. Dan kan gebruik worden gemaakt van een bedrijfsopvolgingsregeling die inhoudt dat als de kinderen dan het bedrijf minimaal vijf jaar lang voortzetten, zij geen schenkbelasting daarover hoeven te betalen. Zij krijgen dan bij aanvang wel een aanslag schenkbelasting (die ze dan nog niet hoeven te betalen) en na vijf jaar wordt die aanslag vernietigd.

Share

Startende ondernemer en uren

3 November, 2011  |  inkomstenbelasting  |  No Comments

Bent u startende ondernemer (eenmanszaak of VOF)? Dan is het altijd verstandig om vooral de eerste paar jaren de gewerkte uren bij te houden. Waarom? Als u minimaal 1.225 per jaar werkt in uw onderneming dan heeft u recht op de zelfstandigenaftrek van € 7.280 (cijfer 2012) en de eerste jaren ook nog aanvullend de startersaftrek € 2.123 (cijfer 2011). Zo’n aftrekpost van ruim € 9.000 is toch de moeite waard. Maar dan moet u wel aannemelijk maken dat u die 1.225 uur haalt.

Schrijf dus elke dag uw uren (of gebruik daarvoor de vele handige apps voor uw mobiele eenheid). Zorg er ook voor dat het geloofwaardige uren zijn in relatie tot uw omzet. U mag alle uren die direct toewijsbaar zijn aan uw onderneming, dus ook administratie, schoonmaken, acquisitie, cursussen volgen en reistijd, ondernemingsplan maken, beurzen bezoeken, reclame maken, overleg met uw boekhouder, etc. Dus: wie schrijft, die blijft.

Niet tot ondernemersuren wordt gerekend “de uren dat uw ‘s nachts wakker ligt van de gedachte dat u ondernemersrisico loopt”

Let op: die 1.225 is op jaarbasis. Dus ook als u in september van dit jaar bent begonnen dan komt u alleen in aanmerking voor de zelfstandigenaftrek als u in die 4 maanden nog die 1.225 uur haalt. Het wordt dus niet tijdsevenredig berekend.

Share

BTW en waarborgsom

2 November, 2011  |  omzetbelasting  |  No Comments

Je bent ondernemer en je wilt je bedrijfspand verkopen. Er komt een koper, tekent de koopovereenkomst,  stort 10% van de aankoopsom ter zekerheid en het wachten nu is op financiering en de overdracht bij de notaris. De tijd verstrijkt en ook de datum waarop de koper de koop nog kon ontbinden omdat hij geen financiering kon krijgen. De verkoper mag er dan ook vanuit gaan dat de koop gewoon doorgaat. Op het laatste moment haakt de koper alsnog af. De waarborgsom van 10% komt nu volledig toe aan de verkoper, als zijnde een schadevergoeding voor het niet doorgaan van de koop.

De vraag is nu of de verkoper nu over de waarborgsom ook BTW moet afdragen?
Bij velen is de gedachte dat je over een schadevergoeding geen BTW hoeft af te dragen. Dat is een te makkelijke gedachte omdat je namelijk wel BTW moet betalen indien de schadevergoeding min of meer vrijwillig is. Bijvoorbeeld partijen zijn aan het onderhandelen over een verkooptransactie en de koper wil toch niet meer door, maar biedt ter voorkomen van een rechtszaak, een x-bedrag aan. De verkoper gaat daarmee akkoord en verricht daarmee een dienst aan de koper (namelijk meewerken aan ontbinding overeenkomst).

In de casus is het antwoord echter dat voor de ontvangen waarborgsom door de verkoper geen BTW behoeft te worden afgedragen. Volgens het beleid van de Belastingdienst wordt zo’n waarborgsom die vooraf is vastgesteld gezien als een forfaitaire schadevergoeding en is niet belast met BTW.

Share

Overlijden en BV

De volgende casus; man werkt in loondienst bij een bakker en zijn echtgenote is directeur en enig aandeelhouder van haar BV (reclamebureau).  Ze zijn gehuwd in gemeenschap van goederen. In de BV zit de onderneming van de vrouw en ook nog een grote beleggingsportefeuille. Vrouw komt te overlijden. De vraag is nu hoe zit dat met de belastingen?

Er zijn hier twee belastingsoorten van belang, de erfbelasting (belasting betalen over de verkrijging van een nalatenschap) en de inkomstenbelasting (het feitelijk overdragen van een aandelenpakket, waarvoor je inkomstenbelasting moet betalen).

De inkomstenbelasting
Van belang is hier dat ze getrouwd waren in gemeenschap van goederen. Dat betekent dat in ieder geval dat de helft van het vermogen al toebehoort aan de man. De andere helft valt aan hem toe volgens het wettelijke erfrecht (laten we aannemen dat ze geen kinderen hadden). Maar omdat door het overlijden van de vrouw ook haar aandelen overgaan, moet nog worden afgerekend voor de inkomstenbelasting. In dit geval is de belastingheffing 25% aan inkomstenbelasting (dit noemen wij een aanmerkelijk belangheffing, de vrouw had namelijk door haar aandelenbezit een “aanmerkelijk belang” in haar BV). Wat gebeurt er dan; alle aandelen gaan naar de man en hij mag meteen 25% inkomstenbelasting gaan betalen. Voorheen (voor 2011) kon je nog volledig gebruik maken van een vrijstelling. Nu is die vrijstelling er nog steeds, maar is alleen beperkt tot het daadwerkelijke ondernemingsvermogen in de BV. Dus over het beleggingsdeel in de BV moet nog steeds 25% inkomstenbelasting worden betaald.

De erfbelasting
Tussen echtgenoten bestaat een grote vrijstelling (ruim € 600.000). Mocht de nalatenschap hoger zijn dan die vrijstelling dan moet er wel erfbelasting (10% of 20%) worden betaald. Om te voorkomen dat de man dan nog erfbelasting moet betalen zou hij kunnen besluiten de onderneming voort te zetten. In dat geval kan hij gebruik maken van een bedrijfsopvolgingsregeling. Dan moet hij wel de onderneming minimaal vijf jaar lang voortzetten. Maar ook hier vallen de beleggingen buiten de boot en zal daarover wel erfbelasting moeten worden voldaan. Wel mag 5% van die beleggingen (die in de onderneming zitten) meeliften in de vrijstelling.

 

Share

Kun je een schenking terugdraaien?

1 November, 2011  |  successierecht  |  No Comments

Je doet een schenking en daarover wordt schenkingsrecht geheven en betaald. Stel nu dat je een jaar later ontdekt dat je toch niet wilde schenken, kun je dit dan nog terugdraaien. Het kan wel als de begiftigde (degene die de schenking ontving) daarmee akkoord gaat, maar de Belastingdienst ziet het gewoon weer als een nieuwe schenking met als gevolg wederom schenkbelasting moeten betalen. Een schenking is van nature onherroepelijk. Dus “eens gegeven, blijft gegeven”.

Maar er bestaan ook herroepelijke schenkingen. Stel je wilt schenken onder een bepaalde voorwaarde. Je mag schenken en daar voorwaarden aan verbinden en als niet aan die voorwaarden is voldaan, dan vervalt de schenking weer (herroepen). Dit kan alleen als je zo’n schenking goed vastlegt. Veelal wordt een notariële akte aangeraden. Ook dan moet je bij zo’n schenking schenkbelasting betalen. Maar als dan vervolgens de schenking wordt herroepen, dan wordt de schenkbelasting geheel of gedeeltelijk terugbetaald door de Belastingdienst.  Wil je dus een schenking kunnen terugdraaien, dan zul je hem herroepelijk moeten maken.

Share